Terug naar overzicht


---

Alsnog langs het beeld om...

Omtrent het werk van Johan Lingier

Johan Debruyne


Naar aanleiding van een recensie over het nog vrij jonge schilderkundig oeuvre van Johan Lingier had ik een foto van een van zijn schilderijen, meer bepaald die van “2017 : a resurrection” in het fotobestand van mijn computer opgeslagen. Iemand had me de foto mailsgewijs - zo gaat dat - bezorgd ter illustratie van mijn beschouwingen over Lingiers werk. Op deze manier vinden nogal wat kunstwerken hun digitale weg naar de recensent. Ik bewaar ze een wijle, om dan met regelmaat het bestand wat lichter te maken. Met een vingertoets en pijn in het hart worden flarden kunst dan uit het bestand gebannen. Alleen wat blijft intrigeren is een langer leven beschoren. Vaak een veel langer zelfs, en een zeldzame keer krijgt het een vaste stek in de “image”-box. Zo ook dat bewuste schilderij van Lingier.
Toen ik het een hele tijd later - benieuwd naar de reactie - eens doormailde naar een nochtans met kunst behoorlijk vertrouwde verwant, kreeg ik prompt de vraag of het wel om een schilderij ging…
Het is een verbluffend werk waarin de kunstenaar, gehuld in een kraakwit overhemd en gezeten op een soort troon, zijn kale kop van de kijker afwendt. Het licht stroomt de kamer binnen waardoor het hemd een amalgaam wordt van lijnen, plooien en schaduwen. De setting, de manier waarop de kunstenaar dit hemd met verf en penseel vorm geeft én de verbeten trekken in de weggedraaide kale knikker van de protagonist maken indruk. Dat deden ze ook op de gerenommeerde leden van de jury van de prestigieuze Prijs Schilderkunst Boechout…

Het werk van Lingier maakt inderdaad indruk. Het beklijft. Je kijkt en je blijft verwonderd staren… Er is zijn manier van schilderen - zeer zeker -, maar ook de kop van de protagonist, waarvan al schilderend de pezige doortastendheid nog wordt versterkt, de doordachte poses, de settings, het kadreren, het spel met het licht (dat bij momenten het verbeelde bijna helemaal uitvlakte en tot de absolute essentie van “leven” reduceerde), het spel van en tussen beeld en titel, het weglaten van wat ook maar enigszins de aandacht van de essentie zou kunnen afleiden.
De kunstenaar enigszins ten voeten uit, maar toch… Het feit dat hij in zijn werk in regel zelf de enige hoofdrol op zich neemt, heeft weinig met ijdelheid te maken. Toen snel duidelijk werd dat aan interessante “beelden” geraken om te schilderen lang niet zo eenvoudig was als hij gedacht had, kon hij die maar beter zelf aanvoeren : de kunstenaar als enig protagonist in en van zijn eigen oeuvre. En kijk, het gaf de wat introverte Lingier onverwacht en onverhoopt het onnoemlijk voordeel dat hij in het gehele scheppingsproces nooit meer gestoord zou worden. Het zo fragiele ontstaansproces van een beeld van een beeld, waarin tal van factoren samen moeten kunnen vallen, was niet langer onderhevig aan stoorzenders.

Hoe gaat hij te werk? Lang worden een werk of een reeks werken mentaal voorbereid. Tot er een gedachte is, een idee, een mijmering of een flard tekst die inspireert. Vervolgens zoekt hij daarvoor het “juiste” beeld - een setting en een pose - , waarna hij zelf een (vlijmscherpe) foto maakt. Dié ligt aan de basis van het schilderij.
En ondertussen, die voorbije zes jaar dat hij met verf en penseel is gaan creëren, heeft Lingier al redelijk wat poses uit het pezige lijf gewrongen. Nee, hij heeft ze niet allemaal (zelf) bedacht. Sommige kwamen spontaan, zonder voorafgaand denkproces, werden hem a.h.w. in de schoot geworpen. Een galeriehouder die hem onverwacht in de lens neemt bijvoorbeeld…

Wetend dat hij de kijker graag eens op het verkeerde been zet, vraag ik me af hoe bedacht “Kijk, de wereld die ik bedacht heb” wel zou zijn… Een heel markant schilderij : in de zonnebril van de kunstenaar spiegelt zich een miniatuur (stil)leven. Het tafereeltje appelleert aan de kleine dingen van elke dag, verpozen met een kop koffie op een terras, de kleine dingen van de kleine wereld van u, van mij, van de kunstenaar. Maar anderzijds drukt het ook een vorm van eenzaamheid uit of is het eerder van “alleen-zijn”, bezijden het rumoer van de massa. Want ontwar ik in de achtergrond niet de dorpskerk van Watou, het wat ingedommelde dorp in de Westhoek dat elke zomer door een beeldencircus uit zijn lethargie word gehaald? Het beeld laat me niet los. Ik (her)ken deze kleine, broze wereld in de marge. Oogstrelend schoon, maar tegelijk van een verscheurende leegte.

Andere schilderijen hebben dan weer - doorgaans niet meteen waarneembare - connotaties met momenten uit de kunstgeschiedenis. Zoek het zelf maar uit! Voorstelling en titel (een sleutel tot het werk, noemt de kunstenaar dit laatste) zetten een hele denkwereld in gang, ook al horen ze helemaal niet bij elkaar. Het lijkt allemaal heel ernstig en het werk stemt mij niet vrolijk, maar het is knap gedaan en gelukkig kriebelt onderhuids de ironie. Niet zo dan weer in het schilderij met dat kleine witte tafeltje tegen een grijze muur : “Asylum revisited (I still exist)”, een troebel, vewarrend beeld van verpauperde glorie en beklemmende poëzie.

Eigenlijk begon Lingier zijn schilderscarrière met een soort ultiem werk : “Progress” : twee uit langzaam smeltende sneeuw opgebouwde menselijke gestalten omstrengelen elkaar. Wellicht dacht de kunstenaar daaraan toen hij me niet zo lang geleden vertelde dat het beeld het direct begrijpen in de weg staat. “Maar”, voegde hij er aan toe, “het is er vooralsnog nodig. Directe communicatie is pas mogelijk wanneer we voorbij de vorm gaan. Wanneer er taal noch blik nodig zal zijn, alleen maar een soort mystiek moment, een soort eenwording. We denken dat we het nu nog niet kunnen, dus plaatsen we alles in een tijdsperspectief, terwijl ook tijd illusie is.” Johan Lingiers werk lijkt me dan ook een constant gevecht tussen beeld en gedachte.

(Johan Debruyne, criticus, recensent (h)ART, kunstmagazine & De Krant van West-Vlaanderen)